Er zijn SUV’s, er zijn luxe-SUV’s, en dan is er de Range Rover P550e SV. Dit is niet zomaar een auto, dit is een rijdend penthouse voor het stopcontact. Een machine die zó stil en comfortabel over de weg glijdt dat je bijna vergeet dat er 550 paarden de imposante kap zitten te trappelen, terwijl je zelf vanop de ‘Executive Rear Seats’ een latte macchiato drinkt en Klara zachtjes door de speakers klinkt.
Laat er geen twijfel over bestaan; de laatste generatie Range Rover is het absolute hoogtepunt van Britse luxe-ingenieurskunst, gecombineerd met plug-in technologie die in afwachting van de volledig elektrische Range toch een kleine zweem van een ecologische inborst kan etaleren. Neen, milieubewustzijn staat niet bijster hoog op zijn lijstje, maar het maakt hem niet minder aantrekkelijk. De vraag is niet óf je deze auto wilt hebben, maar of je oprit breed genoeg is om hem te huisvesten.

Gat in de markt
Laat ons misschien een beetje atypisch beginnen met zijn grootste, ahum, eigenschap: de prijs. Wil je met een Range Rover de showroom buiten rijden, dan zal je minstens 143.660 euro moeten ophoesten. Maar dan heb je niet de Range die je wilt, al was het maar omdat je vandaag de dieselversie liever links laat liggen. Wil je voor de volledige experience gaan dan kies je er eentje met plug-in, de SV-afwerking en alle toeters en bellen. En doe meteen ook maar de verlengde versie, daar komen we straks nog op terug. De Range Rover van je dromen zal je dan ongeveer zo’n 240.000 euro lichter maken Dat is geen bedrag, dat is een levensbeslissing. Daarvoor krijg je dan wel een auto die de term “premium” een nieuwe definitie geeft.

Aan die prijzen zou je denken dat de Range Rover een zeldzame verschijning is op onze wegen, maar niets is minder waar. Land Rover heeft met de grote Range namelijk een soort van gat in de markt gevonden. Wil je namelijk een grote luxueuze SUV en de gebruikelijke BMW X7 of Mercedes GLS zijn net iets te gewoon voor jou, en de Bentley Bentayga Hybrid of de Rolls-Royce Cullinan iets te hoog gegrepen, dan valt de Range met zijn vork van 150 tot 250.000 euro precies in dat gat waar niemand anders inspringt. Slim gezien van Land Rover. En het werkt want deze Range Rover is een populair model.
Strak, zei je?
Het basisdesign van de Range Rover is eigenlijk al sinds enkele decennia quasi onveranderd. Ja, de evolutie zit natuurlijk in de finesse van zijn lijnenspel, maar het boxy concept ligt al lange tijd vast. De Range Rover is een toonbeeld van ingetogen pracht, zo rechttoe-rechtaan dat het bijna minimalistisch wordt. Er is geen overdadig chroom, geen schreeuwerige logo’s, enkel een statige uitstraling die geen twijfel laat over zijn klasse. De koplampen zijn smal en scherp als de blik van een Engelse butler die net een magnum Ruinart Blanc de Blanc ontkurkt. De proporties zijn majestueus, de velgen absurd groot, en de achterpartij zelfs een beetje discreet met die achterlichten die helemaal in het design opgaan. Hoe dan ook, vanuit elke hoek ademt de Range Rover macht, maar met klasse. Geen bullebak, geen show-off, gewoon serene en tijdloze dominantie.

Ruim, zei je? Bwah…
Open het portier en je stapt een andere wereld binnen. De SV-uitvoering is niet zomaar luxueus, hij is extreem luxueus. Alles wat je aanraakt, is zacht. De stoelen lijken ontworpen door een Londense meubelontwerper die in zijn vrije tijd relaxatietherapie geeft. Er zijn massagestanden, verwarmingszones, koelfuncties, een geurdispenser die ruikt naar exclusieve hotelsuites en meer elektronica dan in een Boeing 767. De materialen zijn een samensmelting van leer, hout, metaal en modern textiel, en elke naad, elk stiksel lijkt met een vergrootglas te zijn gecontroleerd door iemand die het ambacht van zijn grootvader heeft geleerd.

Ergonomie? Tja, het is een Range Rover. Dus alles is aanwezig, maar het infotainmentsysteem voelt intussen een tikje verouderd aan met een scherm dat in deze tijden net wat klein uitvalt. Ja, Apple CarPlay en Android Auto zijn draadloos aanwezig, en de haptische feedback voelt prettig, maar de logica van de menu’s vraagt een paar dagen gewenning. Gelukkig heb je die tijd, want als je in een P550e SV rijdt, heb je geen haast. Verder zijn er USB-C-poorten op meer plekken dan je ooit zult gebruiken, en essentiële zaken zoals een uitstekende 360° camerahulp of de portieren met sluitbekrachtiging zijn aanwezig.
Maar het grootste pijnpunt is toch de beschikbare ruimte. De zitruimte voorin is, zoals verwacht, vorstelijk. Maar achterin is het plaatsaanbod (althans in de versie met de gewone wielbasis) te beperkt voor een auto van dit kaliber. Ja de stoelen zelf zijn onwaarschijnlijk comfortabel en elektrisch afstelbaar in alle richtingen. Maar je hebt echt wel de long wheelbase nodig om ook je benen een beetje ruimte te geven. Hieraan merk je dat het basisconcept van de Range Rover eigenlijk al sinds decennia niet meer is aangepast. Het is moeilijk te vatten dat je in een ‘simpele’ Mercedes GLC meer beenruimte krijgt achterin, dan in dit rijdend salon. Gelukkig is het wel altijd genieten van het verfijnd raffinement en de stilte. En die stilte is indrukwekkend: dankzij de elektrische aandrijving, de akoestische ramen en kilometers aan isolatiemateriaal is het binnen stiller dan de leeszaal van de British Library. Zelfs aan 120 km/u hoor je nauwelijks iets.

De koffer dan. De Range Rover SV heeft (met de ‘gewone’ achterbank) een bagageruimte die elk weekenduitje tot een logistiek feestje maakt. Ondanks de forse accu (want plug-in), blijft er rond de 800 liter over met de achterbank omhoog en meer dan 1.800 liter met alles plat. Dat is meer dan voldoende voor vijf koffers, een kinderwagen, drie golftassen en een overdaad aan ego. De split tailgate is gebleven en fungeert als een perfecte zitbank voor picknicks in de Ardennen of polo-evenementen waar de champagne belangrijker is dan de sport. Praktisch gezien is het een droom, tenzij je in een smalle parkeergarage probeert te manoeuvreren. Dan wordt de droom een kleine nachtmerrie. Maar eerlijk: als je een Range Rover SV koopt dan parkeer je die waarschijnlijk op je eigen oprit. Of naast het zwembad.
Van een ander universum
Comfort is waar de Range Rover P550e SV zijn concurrenten wegbluft. De luchtvering is echt van een ander universum. Elke drempel, elk kuiltje, elke Belgische kassei wordt geabsorbeerd alsof je over een vloeibare weg glijdt. In de comfortmodus zweef je, in de Dynamic modus voel je iets meer connectie, maar nooit onrust. De besturing is licht maar precies, en het geheel voelt bijna onwerkelijk verfijnd.
Je zou ook denken dat een auto van meer dan 2,6 ton log en lui is, maar de Range Rover SV doet zijn gewicht vergeten met een soort serene gratie. Ja hij is flink obees, maar wel met stijl. Onder de motorkap ligt de P550e aandrijflijn, een plug-in hybride combinatie van een 3-liter zes-in-lijn benzinemotor met turbo en een 160 kW elektromotor. Samen goed voor 550 pk en 800 Nm koppel. Daarmee sprint deze mastodont in slechts 5 seconden van 0 naar 100 km/u, absurd snel voor een SUV die eruitziet als een landgoed op wielen. De 8-traps automaat schakelt zo soepel dat je soms twijfelt of hij überhaupt iets doet. Zet je ‘m in de sportstand, dan gaan de zescilinder altijd duwen, met een verfijnde sound die voldoende, maar niet overdreven aanwezig is. Geen geschreeuw dus, geen drama, enkel beheersing. En zijn wegligging is altijd beheerst en geruststellend. Natuurlijk voel je altijd het gewicht duwen (de fysieke heeft nu eenmaal zijn grenzen), maar de koets blijft verrassend stabiel en gaat relatief weinig overhellen.

Ook de elektrische prestaties zijn best indrukwekkend voor zo’n kolos. De Range Rover P550e SV haalt officieel tot 117 kilometer elektrisch bereik (WLTP). In de praktijk wordt dat eerder zo’n 70 tot 80 kilometer, en dat is nog steeds niet slecht voor zo’n mastodont. Voor dagelijks gebruik kun je wellicht volledig elektrisch rijden en pas de benzinemotor inschakelen als het echt nodig is. De 38,2 kWh-batterij kan zelfs aan de snellader worden geladen tot 50 kW DC, wat zeldzaam is bij plug-in hybrides. Daarmee is de accu in iets meer dan een uur weer vol.
Maar laat je niet misleiden: dit blijft een Range Rover, geen Toyota Prius. Het gewicht (zo’n 2,7 ton) is nooit weg te cijferen. En zodra je de batterij leeg rijdt, komt de zes-in-lijn weer met dorst terug. Het gemiddelde verbruik kan dan stijgen tot getallen die je bankrekening doen fronsen. Maar eerlijk: wie een auto van ruim twee ton koopt, kijkt niet op een litertje meer of minder. De Range Rover SV is dan ook geen eco-icoon. Hij is een luxebeest met een groen randje.

Conclusie
Waar deze auto écht in uitblinkt, is in gevoel, in beleving. Alles in deze wagen ademt rust, controle en status. De deuren voelen als de deur van een bankkluis. De geur van het interieur doet denken aan een Engelse cottage met nieuwe meubels. Het stuur glijdt als een zachte handschoen rond je handen. De P550e SV is geen SUV, maar een ervaring. Een statement. Een monument van techniek en luxe. Hij is te groot, te duur, te zwaar. Maar hij is ook volkomen onweerstaanbaar.
PLUS
- Tijdloos design
- Luchtvering doet je zweven
- Britse luxe en afwerking
- Aangename aandrijflijn
- Voldoende elektrisch bereik voor een kolos als deze
- Je wilt ‘m gewoon hebben
MIN
- Heb je nog ruimte voor nóg een hypotheek?
- Beenruimte achterin is te krap in de short wheelbase
- Parkeren doet je zweten



















