Het duurde eigenlijk verbazend lang. België ligt in het hart van Europa en dagelijks maken honderdduizenden buitenlandse automobilisten gebruik van onze snelwegen en gewestwegen, zonder daar rechtstreeks voor te betalen. Terwijl Belgische bestuurders jaar na jaar verkeersbelasting, BIV, accijnzen en allerlei andere autogerelateerde heffingen ophoesten, reed een groot deel van het internationale verkeer gewoon gratis mee. Dat daar nu eindelijk verandering in komt met een digitaal wegenvignet, is dan ook moeilijk als onredelijk te bestempelen.
Sterker nog: dat principe had al veel eerder ingevoerd mogen worden. Vrijwel alle landen rondom ons laten buitenlandse automobilisten op een of andere manier bijdragen aan de infrastructuur. Oostenrijk, Zwitserland, Tsjechië, Slovenië en Hongarije doen dat al jaren via een vignet. Frankrijk, Italië en Spanje kiezen grotendeels voor tolwegen. België bleef een vreemde uitzondering.

Ook het prijskaartje valt eerlijk gezegd mee. Een jaarlijks bedrag tussen ongeveer 90 en 125 euro, afhankelijk van het type wagen, lijkt geen buitensporige kost wanneer je kijkt naar wat automobilisten elders betalen. Zeker als dag-, week- en maandvignetten beschikbaar blijven voor wie ons land slechts sporadisch bezoekt, lijkt het systeem behoorlijk evenwichtig.
Waar het verhaal complexer wordt, is de koppeling met de hervorming van de Vlaamse verkeersbelastingen. De Vlaamse regering benadrukt terecht dat de invoering van het wegenvignet niet mag uitdraaien op een algemene belastingverhoging voor de eigen inwoners. Alleen dreigt de praktijk minder eenvoudig te worden dan de theorie.
Automobilisten betalen vandaag immers al stevig mee aan de staatskas. Niet alleen via de jaarlijkse verkeersbelasting, maar vooral via de accijnzen op benzine en diesel. Wie elektrisch rijdt, ontsnapt daar evenmin aan. De elektriciteitsprijzen behoren nog steeds tot de hoogste van Europa en ook daarop rusten belastingen, netkosten en heffingen. De wagen is al jarenlang een bijzonder lucratieve inkomstenbron voor de overheid. Dat mag gerust mee in de discussie worden opgenomen.

Dat maakt de hervorming van de rijtaks dubbel. Enerzijds is een modernere fiscaliteit logisch. Het huidige systeem houdt onvoldoende rekening met hoe auto’s vandaag worden gebruikt en hoe de technologie geëvolueerd is. Anderzijds blijft het gevoel bestaan dat de automobilist telkens opnieuw als makkelijk doelwit wordt gekozen wanneer extra inkomsten gezocht worden. Dat wantrouwen is niet uit de lucht gegrepen. Ja, een heel beperkt aantal gevallen zal minder betalen, maar je mag er donder op zeggen dat het merendeel van de automobilisten toch weer dieper in de portemonnee zal mogen tasten.
Opvallend is ook dat dieselwagens opnieuw iets gunstiger behandeld worden dan vandaag. Dat zal ongetwijfeld op kritiek botsen, maar inhoudelijk is die correctie niet onlogisch. Het politieke debat heeft diesel jarenlang bijna synoniem gemaakt met vervuiling, terwijl de realiteit genuanceerder is. Moderne Euro 6-diesels stoten lokaal bijzonder weinig schadelijke stoffen uit en produceren bovendien minder CO₂ dan vergelijkbare benzinemotoren. Dat oudere diesels problematisch waren, staat buiten kijf, maar het is intellectueel oneerlijk om alle dieselwagens over dezelfde kam te scheren. Fiscaliteit zou technologie-neutraal moeten zijn en vertrekken vanuit reële emissies, niet vanuit een achterhaald imago.

Waar de Vlaamse regering zich volgens mij wél opnieuw in de voet schiet, is de behandeling van plug-in hybrides. Die worden alweer minder gunstig belast, terwijl net zij voor veel Belgische gezinnen en bedrijfsrijders een bijzonder verstandige tussenoplossing vormen. Ja, een plug-in hybride kan misbruikt worden. Wie nooit oplaadt en uitsluitend op benzine rijdt, mist volledig het doel van de technologie. Maar dat is niet het volledige verhaal. Bestuurders die consequent laden, rijden het overgrote deel van hun dagelijkse kilometers elektrisch en beschikken tegelijk over een verbrandingsmotor voor langere ritten of vakanties. Dat levert in de praktijk vaak een aanzienlijke CO₂-reductie op die we niet mogen negeren. En dan hebben we het nog niet over de auto’s met zogenaamde Range Extender; ook alweer een interessante technologie die hier geen voordeel uit haalt.
Onder de streep verdient het wegenvignet op zichzelf een positieve beoordeling. Dat ook buitenlandse automobilisten eindelijk bijdragen aan het onderhoud van onze wegen, is niet meer dan logisch en het gekozen tarief oogt redelijk. De hervorming van de verkeersbelastingen roept echter meer vragen op dan ze beantwoordt. België blijft een van de landen waar autorijden fiscaal bijzonder zwaar belast wordt. Wie echt werk wil maken van een eerlijk en toekomstgericht systeem, moet verder durven kijken dan de auto als melkkoe. En vooral: technologie belonen op basis van haar werkelijke impact, niet op basis van het politieke of publieke sentiment van gisteren.




