Het aantal nieuwe modellen dat Alfa Romeo in het verleden moest behoeden van de ondergang, is haast niet meer te tellen. Van Giulia tot Stelvio en Tonale: allemaal hielden ze het merk overeind, maar echt ontspannen kon Alfa nooit. Intussen evolueren de verkoopcijfers gestaag in de goede richting en die echte doorstart lijkt nu te komen van het allereerste volledig elektrische model.
We gaan hier geen uitgebreide geschiedenis herkauwen, maar één ding staat vast: Alfa Romeo zoekt al jaren naar een succesnummer dat het merk opnieuw langdurige ademruimte kan bieden. Met de nieuwe Junior introduceert Alfa een model dat zowel hybride als elektrisch beschikbaar is, en verpakt in een functioneel en sportief C-segment design. Daarmee mikt het merk op klanten in 26 landen, goed voor 68% van de markt. Deze Junior moet zowel mannen als vrouwen aanspreken, zowel traditionele benzinerijders als EV-adepten. Een auto voor zowat iedereen, én eentje die bovendien nieuwe Alfa-fans moet aantrekken.
Dooddoener of designklapper?
Nu we de Junior intussen meer en meer kruisen op de openbare weg, mogen we stellen dat de designkeuzes grotendeels raak zijn. De neus is overduidelijk Alfa Romeo, al oogt hij misschien wat druk. De zwarte kunststof Scudetto-grille hadden wij liever in chroom gezien, maar smaken verschillen. Feit: de Junior maakt meteen een krachtige, dynamische indruk die blijft hangen. De 20-inch Veloce-velgen versterken dat effect en geven de auto een unieke présence. Het is misschien een beetje “love it or hate it”, maar het is ieder geval geen dertien-in-een-dozijn ontwerp.
De achterzijde oogt iets generieker, met volgens de designers een subtiele verwijzing naar het volledige Alfa-universum. Dat is misschien wat vaag, maar het neemt niet weg dat de Junior een fraai gelijnde auto is met karakter en charisma. En hij is herkenbaar als Alfa Romeo, wat op zich al een pluim verdient als je weet dat binnen de Stellantis nog heel wat neven en nichten (bv Lancia Ypsilon) dezelfde techniek gebruiken. Wat ons betreft: designpunten gescoord.

Functioneel en sportief: ruimte voor vier
We hebben eerder al met de ‘gewone’ elektrische versie kunnen rijden, maar deze keer gaan we graag op pad met de Veloce topversie die 280 volledig elektrische pk’s in de strijd gooit. We konden ‘m een tijdje geleden rijden op het legendarische Balocco-circuit. Er bestaan slechtere omstandigheden om kennis te maken.
Binnenin worden we getrakteerd op het meest sportieve interieur, met schitterende Sabelt-sportstoelen die het lichaam stevig maar comfortabel ondersteunen. Ze zijn elektrisch verstelbaar en dragen sterk bij aan de sportieve sfeer achter het alcantara-sportstuur. Wie een minder uitgesproken zitpositie wil, kan kosteloos kiezen voor gewone stoelen met massagefunctie en extra ruimte achterin. Met Sabelts moeten de achterste passagiers wel wat beenruimte inleveren, maar het blijft werkbaar. Voor vier volwassenen en hun bagage biedt de Junior voldoende plaats: 400 liter, uitbreidbaar tot 1.265 liter. Functioneel volgens de C-segmentnormen, zoals de briefing dicteerde.

“Hey Alfa Romeo”
De sportieve ziel van Alfa zie je niet alleen in de stoelen, maar in de volledige interieursfeer. Natuurlijk zijn er duidelijke Stellantis-invloeden, herkenbaar van Peugeot en Opel, maar de digitale tellerpartij met ronde kapjes en specifieke Alfa-graphics zorgt voor de juiste ambiance. Het dikke stuur ligt heerlijk in de hand. Enige teleurstelling: het dashboard oogt iets te plastic voor een topmodel, dat zou net iets beter kunnen en ook het 10,25-inch infotainment had wat groter gemogen. Maar werkt wel vlot en reageert op “Hey Alfa Romeo” voor de belangrijkste functies.

Lichtvoetig en levendig
Tijd om het circuit op te duiken, voor het eerst met een elektrische Alfa. Om het ontbreken van motorgeluid te compenseren, klinkt er in Dynamic-modus een artificiële sportieve brom. Die blijft subtiel aanwezig en mocht wat ons betreft gerust iets uitgesprokener zijn, zoals bij Hyundai’s Ioniq 5 N.
Wat meteen opvalt is de lichtvoetigheid. Dankzij de relatief compacte 54 kWh-batterij blijft het gewicht beperkt tot 1.590 kg, uitzonderlijk laag in dit segment. Dat voel je meteen: de Junior voelt nooit zwaar of log. Het standaard Torsen-differentieel duwt bij hoge bochtsnelheden de neus overtuigend naar binnen, waardoor het geheel bijzonder vergevingsgezind aanvoelt. Het stuur is precies en direct, terwijl de achterzijde soms speels reageert zonder ooit onveilig te worden.

Het enige echte minpunt is de remkracht. Alfa claimt een best-in-class remafstand van 35 meter van 100 km/u naar stilstand, maar dat leek ons optimistisch. Niet problematisch voor dagelijks verkeer, maar gezien de sportieve ambities hadden we een meer agressieve bite verwacht van de rode remklauwen.
De prestaties zelf zijn meer dan behoorlijk voor een auto in dit segment, en absouut GTi-waardig. Met zijn 280 pk en 345 Nm koppel sprint de Junior Veloce in 5,9 seconden naar de 100 km/u. Dat zijn natuurlijk geen explosieve waarden, maar in de praktijk ben je daarmee (bijna) altijd als eerste weg aan het stoplicht. En belangrijker: het rijplezier is ook altijd aanwezig.

Conclusie: balans als grootste troef
Het meest opvallende aan de Junior is de uitzonderlijke balans tussen comfort en sportiviteit. Hij voelt licht, strak en tegelijk comfortabel, met minimale rolbewegingen. Deze harmonie treffen we zelden aan en maakt de Junior bijzonder geschikt voor dagelijks én dynamisch gebruik. De WLTP-range van 334 km is niet indrukwekkend, maar dankzij 100 kW DC-laden zit je in 15 minuten van 20 naar 80%. Met 150 kW zou het plaatje helemaal kloppen.
De Veloce verschijnt begin 2025 en kost 45.802 euro. Da’s niet goedkoop, maar vergelijkbaar met een Mini Cooper S. Bovendien is de Alfa echt wel behoorlijk uitgerust. Alles samen genomen doet de Junior Veloce ons hart aanzienlijk sneller slaan. En was dat niet de bedoeling van de Alfa ingenieurs?
PLUS
- Ons Alfa-hart slaat weer sneller
- Lichtvoetig en levendig
- Meer dan vlotte prestaties
- Sportief interieur met heerlijke stoelen
- Functioneel C-segment pakket
MIN
- De WLTP range is gemiddeld
- Sommige materialen missen cachet
- Remkracht mag (op circuit althans) iets meer bite hebben




















