De Federale Overheidsdienst Financiën heeft nieuwe verduidelijkingen aangebracht over de fiscaliteit van de bedrijfsfiets.
In een voorafgaande beslissing (van 19 augustus 2025) bevestigde de fiscus dat de fiets die aan een werknemer ter beschikking wordt gesteld in het kader van een leasingplan een volledig van belastingen vrijgesteld voordeel blijft, op voorwaarde dat die effectief wordt gebruikt voor de woon-werkverplaatsingen. Hoewel deze ruling formeel alleen geldt voor het bedrijf dat de aanvraag heeft ingediend, geeft dit wel de administratieve lijn aan van de FOD Financiën.
Het bedrijf dat aan de basis ligt van de aanvraag wilde fiscale zekerheid verkrijgen over zijn fietsleasingprogramma. Het ondervroeg de fiscus over vier aspecten:
- de vrijstelling van het voordeel voor de werknemers
- de aftrekbaarheid van de kosten voor de werkgever
- de rapportageverplichtingen
- de conformiteit van het systeem met de anti-misbruikwetgeving
Een vrijgesteld voordeel voor de werknemer
De FOD Financiën bevestigt zonder enige dubbelzinnigheid dat de fiets die aan een werknemer ter beschikking wordt gesteld, vrijgesteld is van belasting, overeenkomstig artikel 38, §1, 14°, b) van het WIB 92, zodra hij effectief dient voor de verplaatsingen tussen de woonplaats en de werkplaats.
Deze vrijstelling omvat ook het privé gebruik, ongeacht het type fiets: klassiek, elektrisch, vouwfiets, racefiets of speed pedelec. De onmisbare accessoires (slot, verlichting, batterij, fietstassen, enz.) vallen eveneens onder het gunstregime, op voorwaarde dat ze niet meer dan 20 % van de totale leasingkost vertegenwoordigen. De uitgaven voor onderhoud en stalling zijn eveneens vrijgesteld.
Een integrale aftrekbaarheid voor de werkgever
Voor de ondernemingen herinnert de beslissing eraan dat alle uitgaven verbonden aan de aankoop, het onderhoud of de terbeschikkingstelling van bedrijfsfietsen voor 100 % aftrekbaar zijn. Sinds de wet van 30 juli 2018 geldt dit regime ook voor speed pedelecs en hun accessoires wanneer ze worden gebruikt voor de woon-werkverplaatsingen van het personeel.
Onveranderde administratieve verplichtingen
Zelfs vrijgesteld, moet het voordeel blijven verschijnen op de fiscale fiches (modellen 281.xx). Deze mededeling blijft onontbeerlijk om de administratie in staat te stellen te controleren of de werknemer het forfaitaire regime van de beroepskosten toepast, een voorwaarde die onder meer bepaalt of de fietsvergoeding kan worden gecumuleerd met de vrijstelling verbonden aan de bedrijfsfiets.
Einde contract: mogelijk een voordeel
Indien de werknemer zijn fiets overkoopt aan het einde van de leasingtermijn, vormt de reële waarde van de fiets op het moment van de overdracht een belastbaar voordeel. De FOD Financiën spreekt zich echter niet uit over de berekeningsmethode van deze waarde noch over de fiscale behandeling van een eventuele vroegtijdige beëindiging van het contract.
Geen fiscaal misbruik
De administratie oordeelt ten slotte dat dit type plan geen fiscaal misbruik vormt. De aangevoerde doelstellingen — bevordering van zachte mobiliteit, welzijn van het personeel, vermindering van de koolstofvoetafdruk — worden als legitiem beschouwd.
Een standpunt dat al in 2024 was ingenomen
In 2024 had de FOD Financiën zich al uitgesproken over een ander geval: dat van werknemers die geen vaste werkplek hebben en dus geen woon-werkverplaatsingen uitvoeren. In deze situatie waren de wettelijke voorwaarden voor vrijstelling niet vervuld en moest de fiets worden beschouwd als een belastbaar voordeel.
Een nu goed afgebakend kader
Met deze nieuwe beslissing bevestigt de fiscus een duidelijk fiscaal kader voor de ondernemingen die de fiets als mobiliteitsoplossing willen aanmoedigen. Het regime blijft bijzonder aantrekkelijk: fiscaal neutraal voordeel voor de werknemer, 100 % aftrekbaar voor de werkgever, en coherent met de milieudoelstellingen die door de overheid worden nagestreefd.







