Hoewel de Arizona-regering had beloofd om het gunstig fiscaal regime voor plug-in hybrides (PHEV) te verlengen, heeft Europa dat plannetje in de kiem gesmoord. De finale uitkomst is ietwat teleurstellend.
Vennootschappen, bedrijven en zelfstandigen kiezen hun bedrijfswagen(s) natuurlijk vooral in functie van de aftrekbaarheid. De mate waarin je auto-kosten (inclusief onderhoud, brandstof of elektriciteit en carwash) kan inbrengen, heeft vanzelfsprekend een grote invloed op het totale kostenplaatje.
Om de transitie naar EV makkelijker te verteren wilde de regering De Wever de plug-in hybride langer optimaal fiscaal ondersteunen, maar dat botst nu op het njet van Europa. Daarom was de regering verplicht om een deal met Europa uit te werken, waarbij (helaas?) nu enkel nog zelfstandigen en eenmanszaken, zullen kunnen profiteren van die verlengde verbeterde fiscaliteit voor de plug-in hybrides. Voor wie nu met een PHEV rijdt verandert er niets, maar nieuw ingeschreven plug-in hybrides zullen niet langer kunnen profiteren van de betere fiscale aftrekbaarheid. Tenzij je een eenmanszaak of zelfstandige bent want dan is er wel nog sprake van een gunstig regime. Dat zal uiteindelijk wel een minderheid van de klanten zijn.

Deze nieuwe wending zorgt er wel voor dat de PHEV een stukje aan aantrekkelijkheid moet inboeten, althans toch voor de bedrijven. Daar wordt de opmars van de volledige elektrische bedrijfswagen nu allicht bestendigd, want de PHEV zal er dus niet langer kunnen genieten van het belastingvoordeel. Goed nieuws dus voor de EV-markt, minder goed nieuws voor de PHEV die voor bedrijven nu naar het achterplan wordt gezet. Het valt daarbij ook nog te bezien wat het effect zal zijn op de restwaardes van PHEV’s.
Aan de positieve kant is er op zijn minst nu wel duidelijkheid, en dat was absoluut nodig zo hoorde we ook van Joris Spigt die de stem van D’ieteren vertegenwoordigt.






