We schrijven vroege jaren ’90 en Audi was nog volop bezig haar sportieve en premium merkimago uit te bouwen. In dat opzicht was de strijd met BMW M en Mercedes AMG nog nauwelijks begonnen, en sportieve ambities kwamen zelden verder dan wat subtiele S-modellen. Tot in 1994 de RS2 het levenslicht zag.
De RS2 was een sportieve bom in stationwagenvorm, ontwikkeld in samenwerking met niemand minder dan Porsche. Wat volgde was een schokgolf door de autowereld: Audi kon wél echt sportief zijn. En dat gevoel is zelfs 30 jaar later nog altijd aanwezig als we achter het stuur kruipen van het piekfijne exemplaar uit het D’Ieteren museum.
Een onverwachte alliantie
De RS2 was het resultaat van een unieke samenwerking tussen Audi en Porsche. Beide merken zaten op een kruispunt in hun geschiedenis. Audi wilde zich bewijzen als serieuze sportieve speler, Porsche kampte met tegenvallende verkopen en wilde zijn expertise breder inzetten. De samenwerking werd bezegeld in het bescheiden stadje Zuffenhausen, waar Porsche een deel van de productie van de RS2 op zich nam.

Het resultaat was een auto die niet alleen qua prestaties maar ook qua uiterlijk de signatuur van beide merken droeg. Porsche leverde niet alleen technische onderdelen – zoals de remmen en ophanging – maar ook visuele details. Zo kwamen de spiegels rechtstreeks van de 911 (964), net als de richtingaanwijzers en zelfs de velgen, die sterk leken op de Cup-wielen van de 968 Clubsport.
Een wolf in stijlvolle schapenvacht
De basis was een Audi 80 Avant – destijds niet bepaald een spannend model – maar de RS2 veranderde die perceptie radicaal. De Audi 80-basis verklaart ook meteen waarom het model niet RS4 heette, zoals dat wel binnen het huidige gamma zou passen. Onder de imposante snuit van de RS2 ligt 2.2-liter vijfcilinder turbo motor die zo maar even 315 pk en 410 Nm koppel levert, wat voor die tijd waanzinnige cijfers waren. Met dank trouwens aan de aanpassingen die door Porsche werden uitgevoerd. Denk aan een grotere turbo, aangepaste intercooler, Bosch software en een hoogwaardig roestvrijstalen uitlaatsysteem. Porsche had bovendien de hand in de remmen (vierzuiger remklauwen van de 968), het onderstel en de transmissie.

Dat resulteerde in prestaties die ook vandaag nog indrukwekkend zijn: van 0 naar 100 km/u in 4,8 seconden – sneller dan een Ferrari 348 of zelfs de Porsche 911 Carrera van dat moment. De topsnelheid bedroeg 262 km/u. En dat alles in een vijfdeurs stationwagen met plaats voor het hele gezin.
Rauw en compromisloos
We starten de RS2 (door aan een klassieke sleutel te draaien, stel je voor…) en de vijfcilinder laat meteen van zich horen. Er is een typische grom die alleen dit motortype kan produceren – mechanisch, nerveus, opwindend. Het driespaaks sportstuur staat trouwens een beetje off-center, maar de kuipjes zorgen verder voor de perfecte ondersteuning. Het interieur is vandaag misschien wat saai, maar in die tijd was het best bijzonder om een automatische klimaatregeling te krijgen met digitaal display. Ook de 3 extra sportieve metertjes op de centrale console zorgen voor de speciale touch, net als de oranje dahsboardverlichting. Voor de rest is dit icoon binnenin behoorlijk rechttoe – rechtaan, zonder al te veel franjes, en zonder duidelijk zichtbare Porsche-invloeden. Maar de kwaliteit is onberispelijk. Zelfs na 31 jaar is deze RS2 nog in prima conditie.

Al van bij de eerste meters voelen we dat je met de RS2 echt nog wel zelf aan de slag moet. De stuurbekrachting helpt niet bijzonder veel, en de versnellingen vergen een gedecideerde hand waarna het volop genieten is van de 6 (zes !) verzetten. Volgas vertrekken zit er trouwens niet meteen in, want onder de 3.500 toeren is er niet veel volk thuis. Maar dan laat de RS2 al zijn duivels los! De turbopunch is bruut en niet lineair zoals moderne turbomotoren; je moet even wachten op de opbouw van druk, maar wanneer die er is, duwt hij je genadeloos in de stoelen. Het spreekwoordelijke turbogat vergt enige aanpassing en gewenning, maar dat draagt alleen maar bij aan de charme.
De RS2 is geen lichtvoetige ballerina. Met een rijklaar gewicht van net boven de 1.600 kilo voel je het massieve karakter in elke bocht. De besturing is zoals gezegd zwaar maar direct, zonder kunstmatige filtering. De RS2 vraagt een zekere toewijding van zijn bestuurder, dat is duidelijk. Ga je er écht mee aan de slag, dan krijg je er veel voor terug: grip, balans en vooral: karakter. Veel karakter. De quattro-vierwielaandrijving helpt uiteraard, vooral bij nat weer (hebben we van horen zeggen). Waar een achterwielaangedreven BMW M3 van die tijd je kon verrassen, blijft de RS2 stevig aan de weg geplakt.

Tijdloze status
Er werden slechts 2.891 exemplaren van de RS2 gebouwd tussen 1994 en 1995, wat hem vandaag tot een gewild verzamelobject maakt. Hij luidde het begin in van Audi’s RS-lijn – een sportieve tak die later iconen als de RS4 en RS6 zou voortbrengen. Maar geen van die latere modellen had de onverwachte impact die de RS2 had. Hij was niet zomaar snel; hij was een statement. Een visitekaartje. Audi bewees dat het meer kon dan degelijkheid en quattro – het kon emotie, karakter, performance. En Porsche hielp ze daarbij, op een manier die weinigen hadden zien aankomen.















