De Europese markt voor tweedehandswagens lijkt langzaam opnieuw in balans te komen, maar de gemiddelde restwaardes van voertuigen blijven in 2025 onder druk staan. Volgens cijfers van Autovista Group verschilt de impact echter sterk per land.
Na de piek kort na de coronapandemie is de daling van restwaardes doorgezet. In juni 2025 noteerden zeven grote Europese markten opnieuw lagere waarden voor voertuigen die drie jaar oud zijn en zo’n 60.000 kilometer hebben gereden. Hoewel de trend algemeen neerwaarts is, tonen de middellangetermijnprognoses dat de verschillen tussen landen steeds groter worden.
Scherpe daling in Italië, nauwelijks beweging in het Verenigd Koninkrijk
Italië krijgt dit jaar de grootste klap: daar wordt een daling van 8,2% verwacht. Zwitserland volgt met -4,2%. In Spanje, Frankrijk en Oostenrijk blijven de correcties beperkter (tussen -1,4% en -2,5%), terwijl Duitsland uitkomt op -1,7%. Het Verenigd Koninkrijk laat de meest stabiele cijfers zien met een terugval van slechts 1%.
Volgens Autovista Group zal de neerwaartse trend zich tot minstens 2027 doorzetten, al kan in sommige markten – zoals Oostenrijk en Zwitserland – tegen die tijd een stabilisatie of lichte opleving optreden.
Een belangrijke oorzaak van de druk op restwaardes zijn de stijgende catalogusprijzen van nieuwe voertuigen. In juni 2025 stegen die vooral sterk in Oostenrijk (+8,4% jaar-op-jaar), Duitsland (+6,9%) en Spanje (+6,8%). Alleen Italië vormt een uitzondering, waar de prijzen licht daalden (-0,6%).

TCO
Die prijskloof tussen nieuw en tweedehands maakt het moeilijker om voertuigen op de tweedehandsmarkt goed te waarderen, vooral voor wagenparken. Dit vergroot de uitdagingen rond Total Cost of Ownership, aangezien de aankoopkosten blijven oplopen. Ook het aanbod op de tweedehandsmarkt beïnvloedt de prijsdruk. De Active Market Volume Index (AMVI), die het actieve aanbod meet, daalde fors in de meeste landen. In Spanje zakte het aanbod met 45% ten opzichte van vorig jaar, terwijl Frankrijk, Zwitserland en het VK een daling van 7 tot 10% zagen.
Opnieuw springt Italië eruit: daar steeg het aanbod juist met 16%. Die lokale overvloed verklaart deels waarom de restwaardes er zo sterk onder druk staan. In landen waar het aanbod krap blijft, houden restwaardes beter stand.
Wat betekent dit voor wagenparken?
Voor fleetmanagers betekent dit dat ze hun strategie moeten herzien: vervangcycli nauwkeuriger plannen, motorisaties kiezen die waardevaster zijn en de tweedehandsmarkten actief monitoren. Landen zoals het VK en Oostenrijk bieden momenteel meer stabiliteit, terwijl markten zoals Italië extra waakzaamheid vereisen.







