Pakweg 5 jaar na de lancering van het eerste Polestar model, de Polestar 2, begint de hemel eindelijk een beetje uit te klaren voor het Zweeds-Chinese merk. De nieuwe modellen volgen elkaar nu voldoende snel op, en de verkoop begint aan te zwengelen. Maar dat wil niet zeggen dat de opluchting compleet is; er zijn nog veel hordes te nemen en valkuilen te vermijden.
Ik reed net een weekje met de Polestar 3, een knappe SUV die anders is dan alle andere SUV’s. En eerlijk, je kan de Polestar 3 maar op weinig fouten betrappen. Ja, ik zou deze gerust als daily driver kunnen smaken. Niet in het minst omwille van zijn looks. Hij is gedurfd getekend en springt uit de grijze automassa. Misschien zelfs nog meer dan de ook al bijzondere Polestar 4.

Los van de eerder banale Polestar 2 sedan, wil het merk nu duidelijk verder borduren op de eigenzinnige designlijn die me helemaal doet denken aan het ter ziele gegane Saab. Dat was ook zo’n merk dat niet zomaar wilde meegaan in de mainstream, maar liever een beetje tegen de stroom in wilde ontwerpen. Dat eigenzinnige, dat kleine beetje rebels-chic, dat past helemaal bij de ambitie van Polestar. Noem het cliché, maar de architect die zich koortsachtig vastklampt aan zijn Saab 9-5, die kan nu eindelijk de sprong wagen naar Polestar. Hij zal zich er meteen thuis in voelen. Tenminste, als hij klaar is om elektrisch te rijden. Eventuele frisse tegenzin zal snel door zijn boekhouder onderuit worden gehaald.

Dat Polestar enkel en alleen voor EV-modellen gaat, dat lijkt me wel de goede keuze. Maar toch is er een punt waarop Polestar een kleine achterstand heeft goed te maken. In het luxueuze EV-segment zie je namelijk steeds vaker 800V systemen die razendsnel kunnen laden, kortere laadtijden mogelijk maken, en dus een technologische voorsprong geven. Polestar komt nu pas met 800V modellen. Een beetje laat dus, maar goed. De Polestar 3 testwagen die ik kon rijden, was er nog niet mee uitgerust en had bovendien een bescheiden realistisch rijbereik van 430 km. Netjes, maar niet bepaald een cijfer waar je in een premium omgeving mee uitpakt, en al zeker niet als je premium prijzen hanteert. Polestar heeft intussen wel een nieuwe 800 volt architectuur voor de Polestar 3 en 5 klaar. Van zodra ik die versie kan testrijden, volgt een uitgebreide test om te zien of de beloofde extra kilometers er effectief in zitten. Maar afgaande op wat neef Volvo uit (diezelfde) 800V-technologie puurt, is dat alvast een horde die nu met succes genomen wordt.
Een valkuil die zich een stuk groter aanbiedt, is die van de prijs van een Polestar. Het merk mag dan wel oog voor design en premium-gevoel hebben, de prijsstelling laat ruimte voor meer realisme. Neem nu die verleidelijke Polestar 3. Die staat in de prijslijst voor minstens 78.650 euro (2WD) tot zelfs ruim voorbij de 92.000 euro als je kiest voor de Performance versie. En dan heb je nog geen opties aangevinkt.
Laat me even de gedoodverfde new kid on the block erbij halen. De nieuwe BMW iX3 50 xDrive heeft standaard vierwielaandrijving en komt 800 km (WLTP) ver op één lading. Zijn prijs: 69.900 euro. En als we in de BMW-configurator helemaal los gaan en alle toeters en bellen bestellen, dan komen we uit op 86.000 euro. Inclusief alle opties, tot zelfs het M-pakket toe. Dan wordt het naar mijn gevoel toch moeilijk om de meerprijs voor de Polestar te rechtvaardigen. Tenzij je natuurlijk iets exclusiever wilt rijden, want neem het maar van mij aan dat binnen dit en een jaar de iX3 een vaak geziene verschijning zal zijn op de weg.

Nog een laatste puntje van kritiek, beste Polestar. Waarom worden jullie prijzen op de web-configurator eerst geafficheerd exclusief BTW in plaats van inclusief? Voor de consument is het prettiger om meteen de “eindprijs” te zien, inclusief alle belastingen en extra’s zodat je een helder beeld krijgt.
Wie nu concludeert dat ik de toekomst voor Polestar somber inzie, die heeft het fout. Integendeel: Polestar doet al ontzettend veel goed, en ik geloof dat het merk nog ontzettend veel potentieel heeft. De modellen 4, 3 en 5 laten zien wat design-kracht betekent in het EV-tijdperk. Ze zijn eigenzinnig, Scandinavisch, anders dan de massa. Dat is precies wat het merk nodig heeft om karakter te tonen. Het interieurgevoel, de afwerking, de uitstraling: het zit allemaal goed.
Kortom, Polestar mag trots zijn op wat het doet, maar het moet niet naast z’n schoenen lopen. Het moet blijven werken voor de consument en blijven overtuigen op alle fronten. Ja, design en EV-prestaties mogen (moeten wat mij betreft) het speerpunt blijven. Alleen dan heeft het merk de kans om een blijvend premium alternatief te worden in deze uitdagende markt. In dat geval is de toekomst wellichtveelbelovend, maar ook fragiel.






