In de marge van de wereldwijde onthulling van de nieuwe Alpine A390, kon Auto-Info een bezoek brengen aan de fabriek van Alpine in Dieppe. Een bijna nostalgische plek, waar men er alles aan doet om de EVolutie (heb je ‘m?) te omarmen, maar vooral de liefde voor het product niet te verliezen.
We hebben in onze carrière al heel wat autofabrieken bezocht en dan valt steeds weer de evolutie op als het gaat over automatisering en de trend naar minder mensen, meer machines. Dat is niet meteen merkbaar in de Alpine Manufacture Jean Rédélé.
Lange geschiedenis
Het klinkt toch mooi, niet? De Manufacture Jean Rédélé. Het heeft iets artisanaal, chique en premium als je het hoort. En dat ís deze fabriek ook in zekere zin. Als je op de fabrieksterreinen arriveert, dan word je meteen terug geflitst naar de jaren ‘70. De productiefaciliteit werd dan ook in 1969 opgericht door autocoureur en Alpine bezieler Jean Rédélé, wiens naam tot op de dag van vandaag met duidelijke trots op de muur prijkt. Vier jaar na de oprichting van de fabriek, in 1973, wordt Alpine onderdeel van de Renault groep waarna een lange periode van productie van allerhande modellen volgt. Om vervolgens de Alpine merknaam in de schuif te steken in 1995.
Maar in 2012 wordt de wedergeboorte van Alpine aangekondigd en de fabriek maakt zich op om in 2017 te starten met de productie van de A110 compacte sportwagen, die momenteel zijn laatste levensjaar ingaat. Met de productie van de elektrische A390 beleeft de Manufacture vandaag een belangrijke nieuwe mijlpaal in de geschiedenis van Alpine en deze belangrijke productie-site.

50 auto’s per dag
Vandaag de dag werken er zo’n 500 mensen in de Alpine fabriek (waarvan 377 vaste contracten), en die schroeven dagelijks – hou je vast – 11 auto’s in elkaar. Dat zijn natuurlijk erg kleine volumes en met de komst van de A390, die kris kras met de A110 van dezelfde assemblagelijn loopt, is de fabriek wel klaar om stevig op te schalen. Het wordt niet officieel bevestigd, maar er zou rekening worden gehouden met een prognose van 50 auto’s per dag. Dan kom je dus uit op een jaarvolume van 10 à 12.000 voertuigen, wat meteen ook iets zegt over de ambitie die Alpine heeft met de A390. Bij Alpine benadrukken ze wel dat de fabriek flexibel is en makkelijk kan opschalen als de vraag naar de A390 dat zou vereisen.
Een wandeling door de relatief compacte fabriekshal leerde ons vooral dat er nog sterk artisanaal (lees: met de hand) wordt gewerkt. Van grote robotten is hier geen spoor en het zijn dus vooral menselijke handelingen die moeten zorgen voor een kwalitatief eindproduct. Je zou daar vragen bij kunnen stellen, maar Alpine voert kwaliteit hoog in het vaandel en daarom krijgen de arbeiders ruim de tijd om hun werk uit te voeren. Het typische moment in de fabriek wat men “het huwelijk” noemt (het moment waarop onderstel en motor gemonteerd worden in het koetswerk) gebeurt hier nog grotendeels manueel, en daar krijgen de arbeiders 20 minuten de tijd voor. Dat is behoorlijk relax, en dus is er alle tijd om die taak met de grootste zorg uit te voeren.
Controle en passie is alles
Bovendien hebben we gemerkt dat er binnen het productieproces altijd voldoende tijd wordt voorzien om het werk te controleren. Dat gebeurt al na elke stap van het productieproces, en uiteraard is er ook een finale controle alvorens de Alpine A110 of A390 van de band rolt. Wij stelden zelf vast hoe 4 inspecteurs ruim de tijd namen om met het spreekwoordelijke vergrootglas het eindproduct te inspecteren. En ook de passie waarmee elke medewerker ons meer vertelde over zijn of haar (kleine) verantwoordelijkheid binnen het volledige productieproces, schept natuurlijk wel vertrouwen in de kwaliteit van het product dat elke eindklant in handen krijgt. Eens de auto van de band rolt, dan wordt elk exemplaar trouwens ook nog getest op een kleine testpiste, net naast de fabriek.







