Coup de theatre bij de Renault-Groep. Na 5 jaar en op een moment dat niemand had verwacht, stapt Luca de Meo op als CEO. Meer nog, hij verlaat zelfs de autosector. Waarom doet hij dat, en wat betekent het voor Renault?
Om de eerste vraag maar meteen te beantwoorden: er zijn wellicht maar heel weinig mensen die een zinvolle verklaring kunnen bedenken over de reden van de Meo’s vertrek. Misschien enkel zijn inner circle, en dan nog. De Meo was dan ook bezig aan een ongelofelijk succesvol parcours bij Renault, en dus komt zijn vertrek zelfs bij zijn naaste medewerkers wellicht als een donderslag bij heldere hemel.
Marketing boy
Het succesverhaal van de Meo leest bijna als een sprookje. Vanuit zijn marketing-ervaring weet de charismatische Italiaan als geen ander wat het publiek zal smaken. Zo haalde hij bij zijn aankomst bij Renault een vergeten Renault 5 prototype van onder het stof, en liet hij het project alsnog starten. Maar dan wel met een volledig elektrische aandrijving. Gedurfd, maar zijn beslissing bleek een schot in de roos, en nu gaat Renault dat truukje nog eens overdoen met de nieuwe R4 en binnenkort ook de Twingo.

Ook de revival van Alpine draagt de handtekening van De Meo. De CEO zag wel ruimte om het sportieve merk nieuw leven in te blazen maar dan wel met, inderdaad, louter elektrische aandrijving. Amper een paar weken terug waren we nog getuige hoe De Meo zelf het doek lichtte van de nieuwe Alpine A390 die, we twijfelen er niet aan, ook een succes wordt.
En zelfs bij Dacia zag Luca De Meo het belang van een mooi design. ’t Is niet omdat je een budgetmerk bent, dat een auto er niet goed mag uitzien, redeneerde hij. En terecht. Kijk maar naar het succes van Dacia, daar is zowat de hele autosector jaloers op.
Grote schoenen
Kortom: Luca de Meo laat heel grote schoenen achter om te vullen en dat besef zal er ongetwijfeld ook zijn bij de raad van bestuur van Renault. Het zou ons zelfs niet verbazen als er sprake zou zijn van lichte tot blinde paniek. Half juli trekt de Meo de deur al achter zich dicht, en dat op een moment waar de groep toch in een cruciale fase zit. De R4 moet verder gelanceerd worden, Alpine moet nieuwe klanten vinden, het LCV-succes moet bestendigd worden én ook Dacia gaat heel binnenkort aan de stekker. Er zijn dus serieuze katjes te geselen.
De hamvraag is dus: wie zet je best op de CEO-stoel en kan dit vertrek ook een opportuniteit zijn? Elk nadeel heeft zijn voordeel, maar in dit geval durven we dat toch te betwijfelen. De kans dat Renault iemand vindt die minstens zo succesvol zal zijn, is niet zo heel erg groot. Ons eerste advies (niet dat iemand ons iets vraagt) zou toch zijn om niet overhaast te werk te gaan.
Als wij vandaag in de Board Room van Renault zouden zitten, dan zouden we geneigd zijn iemand te zoeken met een visie die nauw aansluit bij de weg die de Meo is ingeslagen. Dat betekent natuurlijk wel dat je niet zo makkelijk iemand intern vindt. De huidige Dacia CEO, Denis Le Vot, is een geniale man, maar niet bepaald iemand met baanbrekende marketing-inzichten, lijkt ons. En de Alpine CEO, Philippe Krief is dan weer een techneut pur sang. Ideaal om een drivers brand als Alpine uit te bouwen, maar wellicht minder geschikt om een groep als Renault op het huidige elan verder te bestieren.
Misschien is de huidige marketing-baas van Renault, Arnaud Belloni wel een geschikte kandidaat? Hij heeft een knappe CV, 11 jaar ervaring bij Renault (met onderbreking) én hij heeft ook bij andere grote merkengroepen gewerkt in verschillende disciplines. Het zou zomaar eens kunnen werken…







