Vanaf 1 januari 2026 verdwijnt in Vlaanderen de fiscale vrijstelling die elektrische wagens de voorbije jaren bijzonder aantrekkelijk maakte. Tot eind dit jaar zijn EV’s vrijgesteld van zowel de Belasting op Inverkeerstelling (BIV) als de jaarlijkse verkeersbelasting, maar dat voordeel wordt afgeschaft.
Het moest er eens van komen; de Vlaamse regering wil dat ook zero-emissievoertuigen voortaan bijdragen aan de financiering van de weginfrastructuur. Daarmee zoekt Vlaanderen een nieuw evenwicht tussen ecologische transitie en budgettaire duurzaamheid. Begrijpelijk, want als je weet dat het wagenpark aan elektrische auto’s steeg van 1.390 in 2015 tot 132.979 wagens in ons verkeer in 2024, dan is het voor de Vlaamse schatkist niet langer houdbaar om elektrische auto’s belastingvrij aan het verkeer te laten deelnemen. Ook deze auto’s zorgen uiteindelijk voor slijtage aan onze infrastructuur.

Nieuwe belastingen, maar nog steeds voordelig
Vanaf 1 januari 2026 zullen nieuwe elektrische voertuigen niet langer vrijgesteld zijn van verkeersbelastingen. Toch blijven ze overduidelijk fiscaal voordeliger dan wagens met een verbrandingsmotor.
Om te beginnen zullen ook elektrische auto’s (net als auto’s met verbrandingsmotor), een éénmalige belasting op inverkeersstelling moeten betalen. Dat wordt een vast bedrag van 61,5 euro, veel lager dus dan bij de meeste benzine- of dieselmodellen.
Een tweede belasting volgt in de vorm van de gekende jaarlijkse verkeersbelasting: die varieert tussen 69,72 euro (voor een EV met 1 fiscale pk) en 87,24 euro (voor EV’s met 5 fiscale pk’s). Wie zijn elektrische wagen nog voor 1 januari 2026 inschrijft, betaalt niets, net zoals eigenaars van EV’s die nu al in het verkeer zijn. Zolang je elektrische auto op jouw naam blijft ingeschreven, rij je dus belastingvrij. De nieuwe regeling geldt enkel voor nieuwe inschrijvingen vanaf 2026.

Hoe wordt de fiscale pk van elektrische wagens berekend?
Bij elektrische voertuigen wordt het fiscale vermogen (fiscale pk) niet bepaald door de cilinderinhoud zoals bij verbrandingsmotoren, maar op basis van de maximale elektrische aandrijfkracht. Vlaanderen hanteert daarvoor een omrekeningsformule die rekening houdt met het nominaal vermogen (in kW) van de elektromotor, vermenigvuldigd met een correctiefactor.
De formule die de Vlaamse Belastingdienst toepast, is:
Fiscale pk = 0,013 × (vermogen in kW) + 0,5 (afgerond naar het dichtstbijzijnde geheel getal, met een maximum van 5 fiscale pk voor elektrische voertuigen). Met deze berekening blijven de bedragen relatief laag, zelf bij krachtige EV’s.
Enkele concrete voorbeelden van drie uiteenlopende EV’s:
- Aan de Renault Mégane E-Tech met een motor van 160 kW hangt een fiscale waarde van 3 pk en betaal je éénmalig 61,5 euro BIV, en vervolgens jaarlijks 78,72 euro verkeersbelasting.
- Aan de BMW iX1 xDrive30 met een motor van 230 kW hangt een fiscale waarde van 4 pk en betaal je éénmalig 61,5 euro BIV, en vervolgens jaarlijks 83,46 euro verkeersbelasting.
- Aan de Porsche Macan Turbo met een motor van 470 kW hangt een fiscale waarde van 5 pk en betaal je éénmalig 61,5 euro BIV, en vervolgens jaarlijks 87,24 euro verkeersbelasting.
Zelfs de krachtigste EV’s, zoals de elektrische Porsche Macan, blijven dus aan het belastingplafond voor EV’s, wat betekent dat ze nog steeds voordelig blijven vergeleken met vergelijkbare benzine- of dieselwagens.

Toch kritiek vanuit de sector
De aankondiging vandaag leidt tot bezorgdheid in de autosector. Fleetbeheerders, leasingmaatschappijen en autofabrikanten vrezen dat de afschaffing van de belastingvrijstelling de Total Cost of Ownership (TCO) van elektrische voertuigen zal doen verhogen. Brancheorganisaties zoals Renta en EV Belgium noemen de maatregel dan weer “een fout signaal” en spreken van “verkeerde timing” en “fiscale kortzichtigheid”. Maar als je het ons vraagt, mogen we blij zijn met de beperkte belastingtoeslag. Geef toe, het had een pak erger gekund.





