Ik reed een week met de nieuwe Mazda CX-5. Niet elektrisch, niet geëlektrificeerd tot op het bot, geen honderden paardenkrachten die je nekspieren testen bij elk verkeerslicht. Gewoon een degelijke benzinemotor, gekoppeld aan een klassieke versnellingsbak. En eerlijk? Ik heb ervan genoten.
Het voelt als rasechte petrolhead bijna vreemd om een lans te breken voor de elektrische auto. Maar wie regelmatig mijn artikels leest, weet dat ik de voorbije jaren steeds meer overtuigd ben geraakt van elektrisch rijden. Niet omdat het hip is of omdat het moet, maar omdat het in het dagelijkse gebruik gewoon bijzonder logisch en makkelijk is. Zeker als je (zoals ik) gewoon thuis kan laden. En toch brengt een week met de CX-5 mij even terug naar een tijdperk dat stilaan achter ons ligt.
Het begon al bij het vertrekken. Een motor die je nog echt moet wakker maken, geen steriele of geruisloze acceleratie, geen instant koppel dat onmiddellijk beschikbaar is. In plaats daarvan een viercilinder die je hoort trillen, die toeren maakt en die vraagt om samen te werken. En die aan een klassieke automatische versnellingsbak gekoppeld is. Ik was bijna vergeten hoe prettig het kan zijn om een auto daadwerkelijk te voelen schakelen. Het moment waarop de motor zijn volgende verhouding opzoekt. De kleine onderbreking in de krachtopbouw. Het mechanische gevoel dat vandaag in veel moderne auto’s steeds verder verdwijnt. Of als het nodig is, even de pook naar links en zelf het verzet kiezen. Niet dat de CX-5 een sportieve rijstijl prefereert. Integendeel, want zijn motor CX-5 is niet bepaald een krachtpatser. Hij sleurt je niet met brute kracht richting horizon zoals een elektrische auto dat doet. Maar je voelt je wel betrokken. Meer dan bij een EV.

De CX-5 kan ook niet puurder zijn met zijn atmosferische benzinemotor zonder turbo. Het maakt dat je met een andere ingesteldheid aan de rit begint. Rustiger. Meer ontspannen. Minder gehaast. Waar je in een EV vaak automatisch gebruikmaakt van het overvloedige koppel, zul je in de Mazda helemaal zen worden als je een vloeiende rijstijl hanteert. Vergeet de sprintjes tussen twee rotondes en laat de volgende stoplichtsprint gewoon voor wat het is. Dan is het puur genieten van de rust.
Weet je wat ik nog nostalgisch prettig vond? De aanwezigheid van een stevige versnellingspook. Dat klinkt banaal, maar het feit dat je de losse pols tijdens de rit op de pook kan laten rusten geeft iets geruststellends, of eerder nostalgisch. Het is een tastbaar element dat bijna uit het moderne autolandschap verdwenen is. In veel elektrische auto’s wordt de transmissiebediening tegenwoordig weggestopt achter het stuur, op een scherm of achter een klein hendeltje dat je nauwelijks nog opmerkt laat staan iets van emotie opwekt. De Mazda herinnerde mij eraan dat autorijden ooit ook draaide om fysieke interactie en beleving.

Betekent dit dat ik begin te twijfelen aan elektrisch rijden? Neen, integendeel. Maar de testweek met de CX-5 maakte wel duidelijk waarom er vandaag nog steeds een publiek bestaat voor klassieke verbrandingsmotoren. Ik begrijp volledig waarom sommige automobilisten moeilijk afscheid nemen van dit soort aandrijflijnen. Ze hebben karakter. Ze hebben rituelen. Ze hebben gewoontes die generaties bestuurders hebben leren waarderen.
Daarom hoeft de verbrandingsmotor van mij niet morgen te verdwijnen. Zolang er vraag naar bestaat en zolang de technologie relevant blijft, mag ze gerust nog even mee. Maar tegelijkertijd besef ik ook hoe snel je went aan de voordelen van elektrisch rijden. Na enkele dagen begon ik opnieuw te denken aan het gemak van thuis laden. Aan nooit meer langs een tankstation moeten passeren. Aan het feit dat je op een koude winterochtend gewoon vanuit je woonkamer de wagen kunt voorverwarmen. Of op een hete zomerdag de airco al kunt laten draaien nog voor je bent ingestapt. Ik dacht aan het onmiddellijke koppel dat beschikbaar is zonder terugschakelen. Aan de rust van een stille aandrijflijn. Aan de lage gebruikskosten die vandaag voor steeds meer bestuurders realiteit worden. En vooral aan het feit dat elektrische auto’s ondertussen niet langer exclusief speelgoed zijn voor mensen met een royaal budget. De markt biedt vandaag een groeiend aantal betaalbare modellen die voor veel gezinnen een perfect alternatief vormen. Het zijn voordelen die je misschien niet meteen mist wanneer je tijdelijk terugkeert naar een benzinewagen. Maar zodra je opnieuw elektrisch rijdt, merk je hoe vanzelfsprekend ze geworden zijn.
De week met de CX-5 voelde daarom een beetje als het terug beluisteren van een oude vinylplaat. Warm, herkenbaar, charmant en vol nostalgie. Je geniet van de ervaring. Je waardeert het vakmanschap. Je begrijpt waarom mensen er verliefd op werden. Maar daarna open je opnieuw je favoriete streamingdienst. Niet omdat vinyl slecht is geworden, maar omdat de wereld ondertussen verder is geëvolueerd. Ja, ik blijf fan van elektrisch rijden.




