Uit een onderzoek van marktonderzoekbureau JATO, gebaseerd op particuliere registraties in Duitsland, Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk, blijkt dat tussen 2018 en 2024 de gemiddelde catalogusprijs van kleine auto’s in het B-segment (zoals de Renault Clio en Volkswagen Polo) met 34% toenam. Voor compacte auto’s in het C1-segment (zoals de Volkswagen Golf en Peugeot 308) bedroeg de stijging 36%.
In absolute termen betekent dit een gemiddelde prijsstijging van circa 5.900 euro voor B-segmentauto’s en 10.100 euro voor C1-SUV’s (bijvoorbeeld Nissan Qashqai en Peugeot 3008). Het merendeel van deze toename deed zich voor tussen 2020 en 2022, een periode die gekenmerkt werd door de coronapandemie, tekorten aan halfgeleiders en een versneld elektrisch aanbod.

SUV’s blijven prijziger
SUV’s blijven het duurst binnen hun segment. In het B-segment (zoals Renault Captur en Peugeot 2008) is het gemiddelde prijsverschil ten opzichte van reguliere modellen gestegen van 5.700 euro in 2018 naar 7.700 euro in 2024. Voor compacte modellen in het C1-segment loopt het verschil op van 2.500 euro naar 3.300 euro.

Daarnaast is er een duidelijke verschuiving in prijsniveaus zichtbaar: waar traditionele kleine auto’s vroeger goedkoper waren, kosten ze nu ongeveer evenveel als de B-SUV’s van 2018-2019. Evenzo bereiken klassieke compacte auto’s nu de prijsklasse van C1-SUV’s uit 2021-2022.
Volgens JATO zorgen deze ontwikkelingen voor een hertekening van segmentgrenzen en beïnvloeden ze de keuzes van kopers. Tegelijkertijd wordt het prijsverschil tussen instap- en topmodellen steeds groter, wat de marktstructuur ingrijpend verandert.






